annemarie boorsma

Lezing de vrouwen van Picasso

Donderdag 2 juli i Amco Theater Voorburg, vrijdag 3 juli Theater Branoul Den Haag.

De in Spanje geboren Pablo Picasso (Malaga 1881-Mougins 1973) wordt beschouwd als één van de belangrijkste kunstenaars van de moderne tijd. Hij was kunstschilder, beeldhouwer, graficus en keramist. Picasso wisselde regelmatig van stijl: van realistisch tot kubistisch/abstract, van klassiek tot de typische “Picasso-stijl”.

Er waren in zijn leven vele muzen die hij in allerlei posen portretteerden. Zijn eerste liefde was ongetwijfeld zijn moeder, Maria Picasso López. We weten weinig over haar, maar wel dat de jonge Picasso zeer op haar gesteld was. Fernande Olivier leerde hij in 1904 kennen toen hij schilderde in zijn z.g. blauwe periode. Zij werd zijn minnares. Hij woonde in die periode in het ateliercomplex “Le Bateau-Lavoir” in de wijk Montmartre te Parijs. Na hun ontmoeting werd de kleur blauw in zijn schilderijen langzaamaan vervangen door roze en de droeve thema’s veranderden in meer vrolijke taferelen met scènes uit het circusleven. Even later ging hij kubistisch werken.

In 1910 werd Marcelle Lapré zijn minnares. Ze was bevriend met Olivier. Twee jaar later werd Lapré vervangen door Eva Gouel. Picasso ontwikkelde zijn kubistische stijl verder en ging gebruik maken van de collage techniek.

Er volgt een hele reeks van minnaressen totdat hij in 1917 bij het Ballet Russes de ballerina Olga Khokhlova leerde kennen. Ze trouwden en kregen een zoon. Picasso verliet de kubistische stijl en schilderde “klassieke” werken waarbij het thema “moeder kind” centraal stond.

In 1927 ontmoette hij de 17jarige Marie-Therese Walter. Ze werd zijn minnares en kreeg in 1935 een dochter van hem: Maya. Olga verliet hem maar bleef tot haar dood officieel zijn echtgenote. Een jaar later ontmoette Picasso de fotografe Dora Maar. De situatie werd steeds ingewikkelder. Picasso ontwikkelde in die periode zijn geheel eigen stijl: een combinatie van fel gekleurde figuratie en kubisme.

In 1944, Picasso was 61, ontmoette hij de 21 jarige Francoise Gilot. Ze kregen twee kinderen: Claude en Paloma. Gilot verliet hem een aantal jaren later, nadat bleek dat hij haar ontrouw was met een reeks vriendinnen.

Zijn laatste vrouw was Jacqueline Roque. Ze trouwden in 1961 (Khokhlova was in 1955 overleden) Hun relatie duurde tot de dood van Picasso in 1973. Daarna had zij een jarenlange juridische strijd met de kinderen van Picasso om het legaat. Marie-Therese Walter pleegde in 1977 zelfmoord. Jacqueline Roque pleegde in 1986 zelfmoord.

Praktische informatie:

De lezing wordt gegeven in het Amco Theater, Burgemeester Feithplein 97 te Voorburg op donderdag 2 juli 2020 van 10.00 tot 11.00 uur.

De lezing wordt gegeven in Theater Branoul, Maliestraat 12 te Den Haag, op vrijdag 3 juli 2020 van 10.00 tot 11.00 uur.

Kosten 12,50 Euro.

Aanmelden: 070-3822130 of abcurskunst@hotmail.com

 

Picasso, Claude, Francoise en Paloma,1954

Picasso, Claude, Francoise en Paloma,1954