annemarie boorsma

Lezing Goed/Fout, 1940-1945. Kunst in oorlogstijd

Zaterdag 21 november 2020

In deze lezing wordt de kunst besproken die tijdens het naziregime als entartete (ontaarde) kunst werd beschouwd: kunst van het dadaisme, kubisme, surrealisme, expressionisme en abstracte kunst werd als gevaarlijk gezien. Om het Duitse volk te laten zien hoe gevaarlijk, organiseerde Hitler in 1937 een tentoonstelling. Er kwamen meer dan 2 miljoen nieuwsgierigen op af, terwijl de officiële tentoonstelling met “geaarde kunst”, veelal neoclassicistische werken, weinig succesvol was.

In nazi-Nederland kocht het “Departement van Volksvoorlichting en Kunsten” werk van kunstenaars die lid waren van de Kultuurkamer. Schilders, beeldhouwers, vormgevers en ook schrijvers waren verplicht lid te worden, wilden ze tentoonstellen en opdrachten verkrijgen. Joden werden uitgesloten en kunstenaars die te modern waren eveneens. Favoriete kunst voor de bezetters was naast het neoclassicisme, het neorealisme, veelal portretten, stillevens en landschappen.

Na de oorlog was neorealisme besmet geraakt, terwijl expressionisme en abstracte kunst geassocieerd werd met goed, vrijheid en vooruitstrevendheid. Vooral de directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam Willem Sandberg, zelf in het verzet gezeten, was de grote promotor. Zo was hij een liefhebber van Cobra- kunstenaar en schilderbeest Karel Appel.

 Vlak na de oorlog organiseerde Sandberg een tentoonstelling van zijn vriend Hendrik Nicolaas Werkman. Werkman had in het verzet gezeten en maakte in oorlogstijd o.a. de beroemde druksels “Chassidische legenden”, uitgegeven door de clandestiene uitgeverij “ De Blauwe Schuit”.

Naast schilderkunst wordt in de lezing aandacht besteed aan Nederlandse propaganda-affiches. Zowel van de bezetter als van het verzet. Daarnaast komt de nazi-architectuur van Arnold Speer en de nazi-beeldhouwkunst van Arno Breker aan bod.

Werk wordt besproken van kunstenaars die vertegenwoordigd waren op de tentoonstelling “entartete kunst”, zoals van Max Beckman, Ernst Ludwig Kirchner en Wassily Kandinsky. Bovendien werken van Nederlandse kunstenaars die gekocht werden door het “Departement van Volksvoorlichting en Wetenschappen”, zoals Eduard Gerdes, Pyke Koch, Johan Ponsioen en Henri van de Velde.

Deze lezing is onderdeel van Paideia, een lezingencyclus met als thema: Totalitaire regimes, verboden kunst en verbeelding. Georganiseerd door het Humanistisch Verbond Haaglanden.

Zaterdag 21 november 11.00-15.30 u, incl. lunch Amadeus, Traviatastraat 25, 2555 VG Den Haag. Meer informatie: klik hier

Pyke Koch, zelfportret met zwarte band, 1937